“ogen zijn de vensters van de ziel”

ogen, vensters van de zielOgen zijn de vensters van de ziel….
 
Eén van de zinnen die mij persoonlijk diep raakt werd onlangs opnieuw uitgesproken.
Woorden kunnen een mens tot nadenken aanzetten, zoekend naar de betekenis. Het vormen van een persoonlijke visie op dit gegeven (van het werkwoord geven) soms schenker van een deel van het antwoord op een prangende vraag “wie ben ik?”. 
 
Een zin met weinig (3) hoofdwoorden waar mijns inziens een boek aan gewijd kan worden.

Neem nu het woord ogen.
Zijn die open of naar binnen gericht en gesloten, of sterker nog misschien wel beiden.
Ogen kunnen er heel liefdevol uitzien maar ook sterk haatdragend. In dat opzicht zijn de ogen een lichaamstaal voor wat zich binnen in de mens afspeelt.
Is het je trouwens nog nooit overkomen dat tijdens een wandeling in de straat jouw ogen die van een compleet ongekende kruisten en je het warm gevoel kreeg van “wat ziet dat er een lief mens uit” , zonder dat de rest van het uiterlijke van deze medemens er ook maar iets toe deed? Heerlijk, vond je ook niet? Dat korte moment waar het mysterie van verbondenheid zich laat voelen.                                                  
Of heb ook jij “jezelf” al eens “verloren” in de ogen van je geliefde, zwemmend in die oneindige oceaan van niets? waarbij tijd en ruimte ophouden te bestaan. 

En als die “ander” zoals zo vaak beweerd wordt een spiegel vormt van jezelf, het bezielde zelf,
dan rijst bij mij ook hier een nieuwe vraag;
de woorden ander – spiegel – zelf: vormt de zin “ogen zijn de vensters van de ziel” dan niet de bevestiging dat alles en iedereen verbonden is?

Wat dan met “geen zien”, is er dan ook geen ziel?
Het kan toch niet de bedoeling zijn dat het woord “ogen” louter lichamelijk geïnterpreteerd dient te worden.
Trouwens ook blinden kunnen zien, zowel uiterlijk d.m.v. aanraking als innerlijk.

Laten we het woord venster eens spreken.
Onlangs kwam ik over de mogelijke verklaring van de betekenis van dit woord in het boek “Als weerlicht aan een heldere hemel- een voettocht over de Bodhi-la” door Han van den Boogaard het volgende (ingekorte) tegen, waar ik me echt kan in vinden:
“Iedereen kijkt naar de hemel door zijn eigen raam. Dat raam perst de hemel in de vorm die het bezit. Maar de hemel zelf kent geen beperking. Die is oneindig. Alles wat erover gezegd wordt, zegt in werkelijkheid alleen iets over het raam waardoor gekeken wordt. Pas als je naar buiten gaat, kun je dat inzien. Pas dan kun je zien dat alle ramen en muren slechts obstakels zijn. Ze creëren de illusie dat de hemel verdeeld is in parten en delen…..Doe je ogen eens dicht. Laat je geheugen vallen en de meningen over jezelf en je fantasie…. Als je je herinnering laat vallen, zou je dan niet bijna elke denkbare vorm kunnen hebben? Of helemaal geen vorm? Ontdek je nu, op dit moment, een “ergens” waar jij ophoudt en de wereld begint?….
en dan komt ook deze schrijver met de zin “De ogen zijn de ramen van de ziel.”….
Als je kijkt, zie je dan een begrenzing, zoals bij een raam van glas ? Staat er iemand achter dat raam? Niemand thuis, nietwaar?…. Je wordt zo afgeleid door wat je door het fictieve raam van je ogen ziet, dat je vergeten bent te kijken wie er eigenlijk kijkt?….achter het raam woont niemand. Op de plek zelf waar je woont, valt bij diepgaand onderzoek niemand te ontdekken; niets en niemand, alleen tegenwoordigheid van geest, niet-vormende aandacht, bewustzijn.”    

“Ogen de vensters van de ziel”
Vensters voor degene die kijkt?
of de subtiele zichtbaarheid van de ziel voor degene die naar die vensters kijkt?
beter nog ziener en geziene in een moment van niet-dualiteit verweven met elkaar.
    
Eén enkel zinnetje roept ontelbare vragen op.
Dat brengt me bij het boek “De grote vragen” geschreven door Lama Surya.
P. 21 vermeldt volgende woorden van Gertrude Stein op haar sterfbed:  “Ze zei toen ze wakker werd:”Wat is de vraag?” En voordat ik iets kon zeggen zei ze: “Als er geen vraag is, dan is er ook geen antwoord.”
Volgende woorden kwamen na dit gelezen te hebben onmiddellijk mijn gedachten binnen: zijn wij zelf niet het antwoord op onze vragen?
Dus ja hoor, opnieuw een ????     
 
Tenslotte wat dan met de interpretatie van de ziel zelf die door het venster, de ogen kijkt?   
Eerlijkheidshalve is het woord ziel voor mij te groot om me momenteel geroepen te voelen dit met schrijven te durven aanraken, zelfs niet te strelen.  

Ik kijk op en aanschouw de ogen van mijn 14-jarige hond, die door zich vormende blindheid zichtbaar getekend zijn. 
Deze ontmoeting gaat voorbij alle woorden….      
 
Bovendien is dit nog maar (een deel) van mijn persoonlijke kijk op deze prachtige open zin.
 
 
Moge jouw ziel de vensters wijd openen en zien.

Een Reactie op ““ogen zijn de vensters van de ziel”

  1. Verbondenheid voel ik telkens ik als een schrijfseltje kan lezen.
    Dank,
    Verbonden groet,
    Veerle

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s